Learning In Company

05 februari 2019

In 3 stappen naar een productieve brainstorm

In 3 stappen naar een productieve brainstorm

Spreek het woord nog maar uit, en de helft van je team beantwoordt je voorstel al meteen met een (al dan niet subtiele) oogrol (of een al dan niet verzonnen excuus om toch maar niet te hoeven meedoen): ik heb het over brainstormen. Waarom zie ik bij zoveel professionals de angst in de ogen als het over deze creatieve werkvorm gaat?  


Het probleem met de meeste brainstormsessies

Ikzelf ben al-tijd te vinden voor een goede brainstorm: niets fijner dan samen nadenken over innovatieve oplossingen. Maar ik merk bij anderen dat twee ideeën vaak roet in het eten gooien.

Eén. ‘Waar moeten we al die ‘innovatieve oplossingen’ en ‘creatieve ideeën’ halen? Vanzelf komen ze alvast niet!’. Of: ‘Wij zijn helemaal niet zo creatief!’. Bij de gedachte om creatief of innovatief te ‘moeten’ zijn, voelen heel wat mensen al op voorhand een blokkade.

Twee. ‘Allemaal leuk zoveel ideeën op een hoop, maar wat moeten we met 20 verschillende ideeën?’. Deze belemmerende gedachte gaat er dan weer van uit dat het keuzeproces nà de brainstorm niet wenselijk is. De belissingsstress slaat al toe nog voor er ook maar één goed voorstel op tafel ligt.  

Kijk, we gaan vooral niet doen alsof brainstormen altijd a walk in the park is. Maar deze twee problemen zijn perfect te verhelpen met het juiste stappenplan.

In drie stappen naar een productieve brainstorm

STAP 1: Start met de juiste vraag: voor welk probleem zoeken we eigenlijk een oplossing?

Als dat niet helder is, dan is je brainstorm op voorhand gedoemd om te mislukken. Zonder duidelijke startvraag, wordt het een zootje. Een leuke rondje creatieve hersengymnastiek in het beste geval, een hoopje ongeregeld, tijdsverlies en onbruikbare oplossingen in het worst case scenario.

Een voorbeeld: in het kader van een ondersteuningsprogramma rond gezondheid op de werkvloer wil een klant wil haar medewerkers aanmoedigen om meer met de fiets te komen werken. Maar wat blijkt: het bedrijf heeft haar hoofdzetel in het drukke centrum van Brussel en na een bevraging van de medewerkers uiten velen schrik te hebben voor hun veiligheid op de fiets en dit houdt hen tegen.

Een goede vertrekvraag voor dit probleem is dus: hoe kunnen we medewerkers motiveren om met de fiets te komen werken en hen hier een veiliger gevoel over geven?

STAP 2: Zoveel mogelijk oplossingen bedenken

Eens de vertrekvraag er is, kunnen we beginnen aan de ideeën-fase.

Het klinkt misschien contra-intuïtief, maar deze fase komt met een aantal regels. Het belangrijkste wat je moet weten als facilitator is dit: in deze fase gaat het om zoveel mogelijk ideeën verzamelen, nog niét over het oordelen pver de ideeën.

Ik geef hieronder 3 manieren om op een goede manier de nodige input te verzamelen.

1. Wat kan een superheld voor ons betekenen?

Een hele leuke werkvorm is om je favoriete superheld als uitgangspunt te nemen voor je brainstorm. Noteer alle bijzondere eigenschappen die typisch zijn voor jouw held en vraag je af hoe hij of zij het probleem zou aanpakken. Fantaseer er maar op los!

Mijn eigen favoriet is bijvoorbeeld superman: hij heeft een dubbel leven, draagt een opvallend uniform met een cape, kan vliegen, doorheen mensen kijken, dingen bevriezen met zijn adem, een model voor vele andere superhelden, de eerste superheld met bijzondere krachten, heeft een alter ego, stripserie, tvshow,… en gebruikt zijn superkrachten voor de goede zaak.

Als we dan denken aan oplossingen voor ons fietsprobleem dan kunnen we superman op de volgende manieren inzetten: de organisatie kan zorgen voor zichtbare en veilige uniformen die zorgen voor een veilig gevoel, een buddysysteem opzetten zodat mensen samen naar het werk kunnen fietsen, HR kan een campagne lanceren met een icoon/mascotte die altijd terugkeert en tips geeft voor veilig fietsen en tips voor veilige wegen deelt. Hierrond kan je een interne campagne uitbouwen, voorbeeldgedrag van leidinggevenden die met de fiets komen, en de goede impact van het gedrag op de organisatie, individu en samenleving benadrukken.

2. Doe inspiratie op uit een voorwerp

Laat ons een gember nemen als voorbeeld (ik was gisteren snipverkouden, gember alom hier!) Gember heeft veel vertakkingen, sommige zijn groter, sommige kleiner. Het is supergezond en kan kwaaltjes allerhande oplossen (zoek maar eens op! ;-)). Je kan het op verschillende manieren bereiden maar het moet lang genoeg trekken (timing is belangrijk met oog op het effect van de smaak). Je kan er thee van maken. Het ligt onverpakt in de winkel en je hoeft het niet te schillen. Het is heel makkelijk in bereiding en gezellig om samen te drinken.

Als we een gember-touch geven aan ons fietsprobleem, dan denken we aan volgende oplossingen: verschillende soorten fietsen aanbieden (snelle, trage, tandems, plooifietsen, al dan niet electrisch,…), gezellige netwerken opzetten om samen te fietsen, proberen van diverse bedrijfsfietsen en uniformen, maatregelen bedenken om het fietsers zo makkelijk mogelijk te maken.

3. Trek naar buiten en neem foto’s

Foto’s trekken buiten geeft nieuwe inzichten. Stuur de brainstormers naar buiten met een camera of smartphone en laat ze lukraak foto’s nemen (het zgn. “straatjutten”). Eens terug binnen probeer je er principes uit te halen en die toe te passen op het probleem dat voorligt.

Een foto van een naambord ‘bij Marieke’ doet denken aan ‘personaliseren’ en kan ideeën geven rond het personaliseren van personeelsvoordelen op het vlak van mobiliteit. Zelfs de foto van een plas water op straat kan inspireren: de reflectie in het water doet denken aan “reflecteer in het verkeer” en aan aangepaste outfits en duidelijk zichtbare fietsen (misschien in fluo geel of oranje, met flashy reflectoren,… zodat medewerkers “gezien” willen worden op de fietsen)?

STAP 3: Convergeer fase: welke keuzes moeten we maken om verder te gaan? 

 Als stap 1 en 2 goed en wel achter de rug zijn, liggen er nu een heleboel ideeën voor je.

Nu is het een kwestie van aan de hand van bepaalde criteria te kiezen welke ideeën je verder wil uitwerken. Een hulpmiddel daarbij kan een matrix zijn. In die matrix weeg je de inspanning af tegen de impact van de actie. Voeg ook een aantal voorbeelden aan je matrix toe, zodat het tastbaar wordt.

Et voilà!  

Input is overal, je hoeft enkel rond te kijken

Tot slot nog dit. Als je nog eens een goed idee nodig hebt, hoef je dus niet ver te lopen. Trek eens de keukenkast of de speelkoffer van de kids open, pik er een voorwerp uit en beschrijf grondig wat je ziet. Of ga straatjutten en kijk rond je.

Ga er even bij zitten, noteer alle principes die je opvallen en kijk hoe die je kunnen helpen in je probleem. Ik garandeer je dat je na enige oefening een ideeën-waterval kan laten stromen. Ook als facilitator gaat dit op. Zorg er dan wel voor dat je een strakke timing hanteert en de kraan tijdig dichtdraait, anders kan het wel eens een lange werkdag worden!

Wil je meer weten over hoe je creativiteit kan faciliteren en inzetten op de werkvloer, informeer je over onze opleidingen faciliteren met creatieve werkvormen of volg ons open aanbod.

Learning In Company

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x